mei 122018
 

Tijdens de herdenking op 10 mei 2018 zijn verhalen voorgelezen van drie gesneuvelde militairen door Tom en Romy, leiders bij Scoutinggroep Van Weerden Poelmangroep:

“Op Ypenburg zijn straten die de namen dragen van militairen die omgekomen zijn op 10 mei 1940. De dag dat de Duitsers Nederland binnenvielen. Op en rond het toenmalige vliegveld werd fel gestreden. Deze eerste oorlogsdag in mei 1940 heeft op Ypenburg het leven gekost aan 95 Nederlandse militairen en verschillende burgers. De slag om Ypenburg gaat de geschiedenisboeken in als een overwinning op de Duitse aanvallers. Een overwinning die te danken is aan de moedige inzet van de Nederlandse Militairen die hun leven gaven voor onze vrijheid. Vandaag 10 mei 2018, geven we een aantal van deze dappere jonge soldaten een gezicht door hun verhaal opnieuw te vertellen”.

“Moise Louis Sanders, 24 jaar

Moise Louis Sanders wordt op 3 maart 1916 geboren in het Joodse gezin van Louis en Marthe Sanders in het Belgische Sint Jans Molenbeek. Zijn moeder overlijdt in 1927 waarna zijn vader hertrouwt en Moise er nog een half- broertje en zusje bij krijgt.

Vlak voor de tweede wereldoorlog trouwt Moise met de in1915in Den Haag geboren Betje Blik.

Tijdens de mobilisatie is soldaat Sanders ingedeeld bij het Regiment grenadiersin het Nederlandse leger. In 1940 is hij gelegerd in Delft als in de ochtend van 10 mei de Duitsers Nederland binnenvallen.

Zijn commandant schrijft over Sanders in zijn verslag: “Sanders een Israëliet, was zeer fanatiek. Toen op het dak aan een huis aan de Brasserskade een parachutist was geland, rende hij blindelings het huis binnen en trapte de Duister eraf.”

Later die dag wil zijn commandant achter een lichte mitrailleur plaatsnemen Sanders duwt hem weg om zelf het vuur op de vijand te kunnen openen. Enkele ogenblikken daarna sneuvelt hij achter het wapen. Hij werd slechts 24 jaar. Grenadier Sanders is begraven op de joodse begraafplaats in Wassenaar.

Moises kleine broertje Joseph en zusje Anna stierven in februari 1943 in het concentratiekamp Auschwitz op respectievelijk negen- en vierjarige leeftijd. Zijn vrouw Betje overleed op 11 juni 1943 in het vernietigingskamp Sobibor in Polen. Zij werd slechts 27 jaar.

Wilhelmus Faber, 32 jaar en Pieter Taco Bierema, 28 jaar

Wilhelmus Faber is op 31 juli 1907 geboren in Amsterdam. Twintig jaar later vervult hij zijn dienstplicht bij het 7e Regiment Infanterie waarin hij het tot Sergeant brengt. Na in 1928 met groot verlof te zijn gegaan, meldt Faber zich in september van dat jaar bij de Militaire Academie als cadet-sergeant. Twee jaar later wordt hij benoemd tot Tweede-luitenant. In 1933 gaat Faber met verlof en verlaat hij de actieve dienst.

In 1935 keert hij terug als eerste-luitenant. Hij behoort tot het derde Luchtvaartregiment. Eind jaren dertig trouwt Faber en woont hij in Amersfoort. Met zijn vrouw Francien komt hij regelmatig bij de familie Bierema in Usquert op bezoek. 

Hun zoon Pieter Taco Bierema is geboren op 15 februari 1912 in het Groningse Usquert. Als dienstplichtig soldaat gaat hij in1932 in dienst bij de Schoolcompagnie van de Motordienst. Hij brengt het van korporaal tot vaandrig en gaat een jaar later met groot verlof. In mei 1936 begint hij aan de opleiding tot vlieger. Op vliegveld Soesterberg haalt hij zijn brevet met een Fokker lesvliegtuig en wordt hij ingedeeld bij de Luchtvaartafdeling. Op 1 januari 1938 wordt hij benoemd tot Reserve-eerste-luitenant. Bierema voert vanaf Soesterberg een afdeling van Fokker D-17 tweedekkers aan.

Tijdens het april-alarm in 1940 is Faber patrouillecommandant van de 3e Jachtvliegtuigafdeling.

Ondertussen heeft het Ministerie van Oorlog in de Verenigde Staten de hand weten te leggen op achttien tweepersoons lichte Douglas bommenwerpers. Op 7 mei 1940 krijgen de vliegers te horen dat de bommenwerpers worden ingezet als jager. Een taak waarvoor het vliegtuig niet is gebouwd: Het is veel te traag en niet wendbaar genoeg. Kansloos in een luchtgevecht met de snelle Duitse jagers.

In de vroege morgen van die 10emei staan de vliegtuigen op Ypenburg klaar. Om 3.55 uur begint vanuit het westen de Duitse aanval. Het vliegveldwordt beschoten en gebombardeerd. De Douglas vliegtuigen gieren over de startbaan en stijgen op. Ook Faber en Bierema, met het uniform over zijn pyjama.

Bierema vliegt de Douglas 381 samen met Faber als boordschutter. In formaties van twee en drie bestoken de Douglas vliegtuigen de Duitsers. Bierema kan zijn patrouille niet bij elkaar houden. Het is ieder voor zich. Fel bijten de Nederlandse vliegtuigen van zich af, maar het is kansloos. “De vliegtuigen werden binnen het uur als wilde eenden uit de lucht geschoten” herinnert een collega-vlieger zich later.

Boven zee stijgen de vliegtuigen tot een flinke hoogte. Nog even is er radiocontact met Ypenburg. Positie en hoogte worden doorgegeven. Daarna blijft het stil.Faber schiet al zijn munitie af op Duitse jagers en bommenwerpers. Ondertussen probeert Bierema naar het vliegveld Haamstede uit te wijken. Bij Hoek van Holland worden ze belaagd door Duitse Messerschmidt jagers. Een andere piloot ziet hoe de noodlanding op het strand bij Rozenburg mislukt. Ook een tweede poging faalt. Om 5.35 uur, wordt de 381 in een luchtgevecht met drie Duitse jagers neergeschoten. Even buiten Hoek van Holland stort het toestel in zee. Bierema en zijn boordschutter en vriendFaberkomen hierbij om het leven.

Tako Bierema is in Usquert begraven. Wilhelmus Faber lag tot 1970 begraven in Den Haag. Zijn stoffelijk overschot is daarna overgebracht naar de Erebegraafplaats op de Grebbeberg.

Aan beiden is na de oorlog postuum het Vliegerkruis en het Oorlogsherinneringskruis met de gesp ‘Nederland Mei 1940’ toegekend”.